Summary


Dutch

Detailed Translations for kennisgeven van from Dutch to German

kennisgeven van:

kennisgeven van verb

  1. kennisgeven van (informeren; zeggen; bewust maken)
    informieren; benachrichtigen; aufklären; aufmerksam machen; hinweisen; deklamieren
    • informieren verb (informiere, informierst, informiert, informierte, informiertet, informiert)
    • benachrichtigen verb (benachrichtige, benachrichtigst, benachrichtigt, benachrichtigte, benachrichtigtet, benachrichtigt)
    • aufklären verb (kläre auf, klärst auf, klärt auf, klärte auf, klärtet auf, aufgeklärt)
    • aufmerksam machen verb (mache aufmerksam, machst aufmerksam, macht aufmerksam, machte aufmerksam, machtet aufmerksam, aufmerksam gemacht)
    • hinweisen verb (weise hin, weist hin, wies hin, wiest hin, hingewiesen)
    • deklamieren verb (deklamiere, deklamierst, deklamiert, deklamierte, deklamiertet, deklamiert)

Translation Matrix for kennisgeven van:

VerbRelated TranslationsOther Translations
aufklären bewust maken; informeren; kennisgeven van; zeggen accentueren; afdekken; afruimen; attenderen; begrijpelijk maken; belichten; in zedelijk opzicht zuiveren; klaren; kuisen; louteren; nader verklaren; ophelderen; opklaren; opruimen; reinigen; toelichten; uiteenzetten; uitleggen; verduidelijken; verhelderen; verklaren; wijzen; wolken verdwijnen
aufmerksam machen bewust maken; informeren; kennisgeven van; zeggen attenderen; wijzen
benachrichtigen bewust maken; informeren; kennisgeven van; zeggen attenderen; berichten; beschrijven; iets melden; inseinen; mededelen; uiteenzetten; verhalen; vertellen; waarschuwen; wijzen; zeggen
deklamieren bewust maken; informeren; kennisgeven van; zeggen babbelen; declameren; hoogdravend praten; kakelen; klappen; kletsen; kwebbelen; kwekken; kwetteren; oreren; praten; snateren; spreken; verhaal vertellen; verhalen; vertellen; wauwelen; zwammen
hinweisen bewust maken; informeren; kennisgeven van; zeggen attenderen; verwijzen; wijzen; wijzen naar
informieren bewust maken; informeren; kennisgeven van; zeggen attenderen; berichten; erbij zeggen; iets melden; informeren; inlichten; navraag doen; navragen; noemen; op de hoogte brengen; tippen; van iets in kennis stellen; vermelden; verwittigen; waarschuwen; wijzen

External Machine Translations:

Related Translations for kennisgeven van