Summary


Dutch

Detailed Translations for verhelen from Dutch to German

verhelen:

verhelen verb (verheel, verheelt, verheelde, verheelden, verheeld)

  1. verhelen (verzwijgen; achterhouden)
    verschweigen; verheimlichen; verstecken; zurückhalten; verbergen
    • verschweigen verb (verschweige, verschweigst, verscheigt, verschieg, verschwiegt, verschwiegen)
    • verheimlichen verb (verheimliche, verheimlichst, verheimlicht, verheimlichte, verheimlichtet, verheimlicht)
    • verstecken verb (verstecke, versteckst, versteckt, versteckte, verstecktet, versteckt)
    • zurückhalten verb (halte zurück, hälst zurück, hält zurück, hielt zurück, hieltet zurück, zurückgehalten)
    • verbergen verb (verberge, verborgen)

Conjugations for verhelen:

o.t.t.
  1. verheel
  2. verheelt
  3. verheelt
  4. verhelen
  5. verhelen
  6. verhelen
o.v.t.
  1. verheelde
  2. verheelde
  3. verheelde
  4. verheelden
  5. verheelden
  6. verheelden
v.t.t.
  1. heb verheeld
  2. hebt verheeld
  3. heeft verheeld
  4. hebben verheeld
  5. hebben verheeld
  6. hebben verheeld
v.v.t.
  1. had verheeld
  2. had verheeld
  3. had verheeld
  4. hadden verheeld
  5. hadden verheeld
  6. hadden verheeld
o.t.t.t.
  1. zal verhelen
  2. zult verhelen
  3. zal verhelen
  4. zullen verhelen
  5. zullen verhelen
  6. zullen verhelen
o.v.t.t.
  1. zou verhelen
  2. zou verhelen
  3. zou verhelen
  4. zouden verhelen
  5. zouden verhelen
  6. zouden verhelen
diversen
  1. verheel!
  2. verheelt!
  3. verheeld
  4. verhelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verhelen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
verbergen achterhouden; verhelen; verzwijgen achterhouden; bemantelen; ontveinzen; verbergen; verduisteren; verheimelijken; verhullen; verschuilen; versluieren; verstoppen; wegstoppen
verheimlichen achterhouden; verhelen; verzwijgen achterhouden; achteroverdrukken; gappen; geheim houden; inpikken; jatten; ontvreemden; pikken; stelen; verbergen; verdonkeremanen; verduisteren; verheimelijken; verstoppen; vervreemden; wegfutselen; wegkapen; wegpikken; wegstoppen
verschweigen achterhouden; verhelen; verzwijgen achterhouden; verbergen; verduisteren; verheimelijken; verstoppen; wegstoppen
verstecken achterhouden; verhelen; verzwijgen achterhouden; bemantelen; verbergen; verduisteren; verheimelijken; verhullen; verschuilen; versluieren; verstoppen; wegsteken; wegstoppen
zurückhalten achterhouden; verhelen; verzwijgen achterhouden; achteroverdrukken; afhouden; bedwingen; behouden; beletten; beteugelen; ervanaf houden; gappen; in bedwang houden; inpikken; jatten; onderdrukken; ontvreemden; opzijleggen; pikken; reserveren; stelen; terughouden; verbergen; verdonkeremanen; verduisteren; verheimelijken; verstoppen; vervreemden; voorbehouden; weerhouden; wegfutselen; wegkapen; wegpikken; wegstoppen

Wiktionary Translations for verhelen:


Cross Translation:
FromToVia
verhelen verstecken; bergen; hehlen; verbergen; verhehlen; verheimlichen cachermettre (une personne ou une chose) en un lieu où on ne peut pas la voir, la découvrir.