Dutch

Detailed Translations for werkelijk from Dutch to English

werkelijk:

werkelijk adj

  1. werkelijk (feitelijk; daadwerkelijk; in feite; in werkelijkheid)
  2. werkelijk (echt; heus)
  3. werkelijk (eigenlijk)
  4. werkelijk (heus; effectief; reëel; )
  5. werkelijk (waarachtig; waar)
  6. werkelijk
    actual
    – Pertaining to information that shows what has actually occurred. For example, the actual start date for a task is the day that the task actually started. 1

Translation Matrix for werkelijk:

NounRelated TranslationsOther Translations
real real
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
actual daadwerkelijk; echt; eigenlijk; feitelijk; heus; in feite; in werkelijkheid; werkelijk daadwerkelijk; inderdaad; jawel; jazeker; metterdaad
genuine echt; heus; werkelijk echt; eerlijk; menens; ongeveinsd; onvervalst; oprecht; origineel; ronduit
veritable waar; waarachtig; werkelijk
- echt; heus; natuurlijk
AdverbRelated TranslationsOther Translations
actually daadwerkelijk; eigenlijk; feitelijk; in feite; in werkelijkheid; werkelijk beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; inderdaad; jawel; jazeker; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker; zowaar
as a matter of fact daadwerkelijk; feitelijk; in feite; in werkelijkheid; werkelijk
effectively echt; effectief; heus; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk
in fact daadwerkelijk; echt; effectief; eigenlijk; feitelijk; heus; in feite; in werkelijkheid; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk
in truth echt; heus; werkelijk inderdaad; jawel; jazeker; voorwaar
indeed echt; effectief; heus; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk 'tuurlijk; allicht; beslist; bijgevolg; daadwerkelijk; dus; echt; feitelijk; geheid; gewis; heus; jawel; jazeker; logisch; metterdaad; natuurlijk; ongetwijfeld; onontkomelijk; reëel; stellig; tja; trouwens; uiteraard; vanzelfsprekend; vast; vast en zeker; voorwaar; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel; wel degelijk; weliswaar; welzeker; zeker; zonder twijfel; à propos
really daadwerkelijk; echt; effectief; eigenlijk; feitelijk; heus; in feite; in werkelijkheid; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk beslist; echt; feitelijk; geheid; gewis; heus; inderdaad; jawel; jazeker; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker; zowaar
sure enough echt; effectief; heus; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk waarachtig
to be sure echt; heus; werkelijk 'tuurlijk; allicht; bijgevolg; dus; inderdaad; jawel; jazeker; logisch; natuurlijk; onontkomelijk; uiteraard; vanzelfsprekend; zeker; zonder twijfel
truly echt; heus; werkelijk beslist; echt; geheid; gewis; heus; inderdaad; jawel; jazeker; reëel; stellig; vast en zeker; voorwaar; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
- waar
OtherRelated TranslationsOther Translations
indeed inderdaad; ja
ModifierRelated TranslationsOther Translations
it's true echt; heus; werkelijk inderdaad; jawel; jazeker
real daadwerkelijk; echt; effectief; eigenlijk; feitelijk; heus; in feite; in werkelijkheid; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk echt; echte; inderdaad; jawel; jazeker; onvervalst; werkelijke
sure echt; effectief; heus; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk absoluut; beslist; geheid; gewis; heus; ja; ongetwijfeld; onvoorwaardelijk; onweerlegbaar; pertinent; ronduit; stellig; ten enenmale; vast en zeker; vaststaand; volstrekt; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
true daadwerkelijk; feitelijk; in feite; in werkelijkheid; waar; waarachtig; werkelijk eerlijk; juist; kloppend; open; oprecht; precies; rechtschapen; uitgerekend; waar; waarheidsgetrouw

Related Words for "werkelijk":


Synonyms for "werkelijk":


Related Definitions for "werkelijk":

  1. precies als in de werkelijkheid2
    • hij noemt zich Leo, maar dat is niet zijn werkelijke naam2

Wiktionary Translations for werkelijk:

werkelijk
adjective
  1. niet verbeeld
werkelijk
adjective
  1. factual, real, not just apparent or even false
  2. existing in act or reality, not just potentially
  3. that has physical existence
adverb
  1. actually
  2. informally, as an intensifier; very, very much

Cross Translation:
FromToVia
werkelijk actual; effective; real; in action; active effectif — Qui est réellement et de fait, qui produit un résultat réel.
werkelijk real; true; genuine; legitimate; actual; practical réelvéritable, effectif, vrai, sans fiction ni figure.

External Machine Translations:

Related Translations for werkelijk