Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. lukken:


Dutch

Detailed Translations for lukken from Dutch to Spanish

lukken:

lukken [znw.] noun

  1. lukken (slagen; gelukken)
    el logro; el éxito

Translation Matrix for lukken:

NounRelated TranslationsOther Translations
logro gelukken; lukken; slagen verworvenheid
éxito gelukken; lukken; slagen arbeidsprestatie; bestseller; deur; heil; hit; huisdeur; kasstuk; klapper; kraker; mazzel; meevaller; raakschot; schlager; schot in de roos; succes; succesnummer; successtuk; topper; treffer; voorspoed; voorspoedigheid; welslagen; welzijn; werkprestatie

Antonyms for "lukken":


Related Definitions for "lukken":

  1. goed gaan1
    • kun je dit dragen? ja, het lukt1