Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. spanning:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for spanning from Dutch to Spanish

spanning:

spanning [de ~ (v)] noun

  1. de spanning (strakheid; gespannenheid)
    la tensión; la tirantez
  2. de spanning (emotionele spanning; gespannenheid)

Translation Matrix for spanning:

NounRelated TranslationsOther Translations
tensión gespannenheid; spanning; strakheid concentratie; gespannen toestand; gespannenheid; ingespannenheid; nervositeit; stress; zenuwachtigheid
tensión emocional emotionele spanning; gespannenheid; spanning
tirantez gespannenheid; spanning; strakheid begeren; bokkigheid; harkerigheid; houterigheid; lust; smachten; starheid; stijfte; verlangen; wensen; zetmeel; zucht
- stroom

Related Words for "spanning":

  • spanningen

Synonyms for "spanning":


Related Definitions for "spanning":

  1. de druk die erop staat1
    • deze band heeft niet genoeg spanning1
  2. gevoel van opwinding en zenuwachtigheid1
    • vol spanning keken we naar Sinterklaas1
  3. elektrische kracht1
    • er staat spanning op dit stopcontact1

Wiktionary Translations for spanning:

spanning
noun
  1. mechanische spanning
  2. emotionele spanning
  3. elektrische spanning

Cross Translation:
FromToVia
spanning corriente; electricidad power — electricity supply
spanning tensión stress — force
spanning voltaje voltage — amount of electrostatic potential
spanning riesgo aléa — désuet|fr chance bonne ou mauvaise.
spanning ansiedad; ansia anxiété — inquiétude
spanning voltaje tension — Différence de potentiel électrique

Related Translations for spanning