Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. koord:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for koord from Dutch to French

koord:

koord [de ~] noun

  1. de koord
    la corde; la tresse; le fil; le câble

Translation Matrix for koord:

NounRelated TranslationsOther Translations
corde koord draad; elektriciteitsdraad; garen; gelid; kabel; kabeltouw; lijn; linie; rij; rijgsnoer; scheepskabel; scheepstouw; scheerlijn; snaar; snoer; snoertje; streep; touw; touwtje
câble koord beheer; bestuur; directie; elektriciteitsdraad; elektrische geleiding; geleiding; gelid; kabel; kabelleiding; kabeltouw; leiding; lijn; linie; rij; scheepskabel; scheepstouw; snoer; snoertje; streep
fil koord beheer; bestuur; directie; draad; draadje; elektriciteitsdraad; elektrische geleiding; garen; geleiding; hechtdraad; hengelsnoer; kabel; kabelleiding; leiding; rijgsnoer; snoer; snoertje; vislijn; vissnoer
tresse koord elektriciteitsdraad; haarstreng; haarvlecht; snoer; snoertje; streng; vlecht

Related Words for "koord":


Wiktionary Translations for koord:

koord
noun
  1. een middel om zaken bij elkaar te binden
koord
noun
  1. tortis fait ordinairement de chanvre et quelquefois de coton, de laine, de soie, d’écorce d’arbres, de poil, de crin, de jonc et d’autres matières pliantes et flexibles.

Cross Translation:
FromToVia
koord corde cord — length of twisted strands