Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. klusje opknappen:


Dutch

Detailed Translations for klusje opknappen from Dutch to Swedish

klusje opknappen:

klusje opknappen verb

  1. klusje opknappen (klussen)
    fixa; laga; reparera
    • fixa verb (fixar, fixade, fixat)
    • laga verb (lagar, lagade, lagat)
    • reparera verb (reparerar, reparerade, reparerat)

Translation Matrix for klusje opknappen:

NounRelated TranslationsOther Translations
fixa bevestiging; vastmaken
VerbRelated TranslationsOther Translations
fixa klusje opknappen; klussen afdoen; fiksen; flikken; goedmaken; iets regelen; in orde maken; klaarspelen; klaren; rechtstrijken; rechtzetten; regelen; voor elkaar krijgen
laga klusje opknappen; klussen bereiden; brouwen; fiksen; gaten dichten; goedmaken; herstellen; iets toebereiden; klaarmaken; laaien; maken; prepareren; rechtzetten; repareren; stoppen; verstellen
reparera klusje opknappen; klussen fiksen; goedmaken; herstellen; maken; rechtzetten; repareren; vernieuwen; verstellen

Related Translations for klusje opknappen