Most Recent niederländische Words:

rondreis rondreizen schutten lang strik strikken pendelen smet smetten tarbot monteren schicht belevenis dienen mooi laagdrempelig rose rosé verrijken terug Terug recht lief liefste rat rad alleen allee vriendin quatsch water wateren kraam kraampje herrie doordringen onmenselijk klinker uitstrekken uitgestrekt ook nacht ander medeklinker maning verrijzen zijderups keurstempel toevoegen toegevoegd extra kachel aanvullend potloodventer overgaan net werkomgeving uitgeverij uitgever Uitgever scharrel scharrelen plicht doordrenken afhankelijk afhankelijkheid omdat neerslag groot verdrinken verdronken spugen gebonden gebondenheid thuis Thuis fluiten fluit schokken schok kip haan grief grieven ijsberg enthousiast opereren brief pronken pronk mits veilig veiligheid middag tweehonderd uitslapen schip honderd qua sollicitant mal MAL chat schaken schaak uitstroom uitstromen vergaderen verlopen verloop economisch nieuwkomer aspect ziekteverzuim waarbij voor om opwachten crack voorwaarde voorwaarden familiebedrijf opstarten afzuigkap dak cijfer menigte aanvragen aanvraag exponent erg onderscheiden onderscheid onbewust glimlach glimlachen voortgang muziekinstrument schat schatje welteverstaan goedzak aanwezig desolaat TINY salie oktober serieus step bovenop dramatisch hun Hun oscilleren heup sluiten sloot per laten gelaten min minnen ruilen ruil beter beteren dichtbij minder minderen katern vertellen kabouter rotzooi rotzooien zeggen vis vissen buiten buit Buiten onderzoek onderzoeken deze factuur burger burgers achterlijk achterlijke gezond gezondheid verfijnen november doorgewinterd kardinaal verzamelen geraffineerd raffineren nuance naast begrip