Dutch

Detailed Translations for onvoorspelbaarheid from Dutch to German

onvoorspelbaar:


Translation Matrix for onvoorspelbaar:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
flatterhaft grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig barok; fladderig; lichtjes; los; onbestendig; ongedurig; onvast; rank; veranderlijk; vlinderachtig; wankel; wankelbaar; wankelend; wisselvallig
launenhaft grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig barok; buiig; chagrijnig; gemelijk; humeurig; knorrig; naargeestig; nukkig; nurks; sikkeneurig; slecht gehumeurd; somber; triest; troosteloos; zwaarmoedig
launisch grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig barok; bokkig; chagrijnig; gemelijk; humeurig; knorrig; naargeestig; nukkig; nurks; sikkeneurig; slecht gehumeurd; somber; triest; troosteloos; zwaarmoedig
nicht voraussagbar grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig
schlecht gelaunt grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig chagrijnig; gemelijk; humeurig; knorrig; nukkig; nurks; ongenietbaar; sikkeneurig; slecht gehumeurd; slecht geluimd
unbefahrbar grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig onbegaanbaar; onberijdbaar; ontoegankelijk
unberechenbar grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig barok
unbeständig grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig aarzelend; buiig; geestelijk onstabiel; halfslachtig; inconsistent; labiel; los; onbestendig; ongedurig; onstabiel; onstandvastig; onvast; rank; schoorvoetend; twijfelmoedig; variërend; veranderlijk; wankel; wankelbaar; wankelend; wankelmoedig; weifelend; wisselend; wisselvallig
variabel grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig onbestendig; variabel; variabele; variërend; veranderlijk; wisselvallig
veränderlich grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig los; onbestendig; onvast; rank; variabele; veranderlijk; wankel; wankelbaar; wankelend; wisselvallig
wandelbar grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig los; onbestendig; onvast; rank; variabele; variërend; veranderlijk; wankel; wankelbaar; wankelend; wisselend; wisselvallig
wetterwendisch grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig
übellaunig grillig; nukkig; onberekenbaar; onvoorspelbaar; wispelturig chagrijnig; gemelijk; humeurig; knorrig; naargeestig; nukkig; nurks; sikkeneurig; slecht gehumeurd; somber; triest; troosteloos; zwaarmoedig

Related Words for "onvoorspelbaar":

  • onvoorspelbaarheid, onvoorspelbare

Wiktionary Translations for onvoorspelbaar:


Cross Translation:
FromToVia
onvoorspelbaar unvorhersagbar unpredictable — unable to be predicted


Wiktionary Translations for onvoorspelbaarheid:


Cross Translation:
FromToVia
onvoorspelbaarheid Kontingenz contingency — quality of being contingent; unpredictability
onvoorspelbaarheid Unvorhersehbarkeit unpredictability — The quality of being unpredictable

External Machine Translations: