Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. goddeloosheid:
  2. goddeloos:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for goddeloosheid from Dutch to German

goddeloosheid:

goddeloosheid [de ~ (v)] noun

  1. de goddeloosheid (atheïsme)
    die Gottlosigkeit

Translation Matrix for goddeloosheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
Gottlosigkeit atheïsme; goddeloosheid ongeloof

Related Words for "goddeloosheid":


Wiktionary Translations for goddeloosheid:

goddeloosheid
noun
  1. gebrek aan eerbied of geloof in een godheid

goddeloosheid form of goddeloos:


Translation Matrix for goddeloos:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
atheistisch atheïstisch; goddeloos; godloos
gottlos atheïstisch; goddeloos; godloos; heilloos; ongoddelijk; ongodsdienstig; verderfelijk; verdorven onheilig
schaudererregend atheïstisch; goddeloos; godloos afgrijselijk; afschuwelijk; dreigend; eng; godgeklaagd; gruwelijk; hemeltergend; ontzettend; schrikaanjagend; schrikbarend; schrikwekkend; ten hemel schreiend; verschrikkelijk; vreselijk; zeer ergerlijk
schauderhaft atheïstisch; goddeloos; godloos afgrijselijk; afschuwelijk; akelig; bitterkoud; bliksems; bloedstelpend; bloedstollend; dreigend; eng; godgeklaagd; griezelig; gruwelijk; hemeltergend; ijskoud; ijzig; ontzettend; schrikaanjagend; schrikbarend; schrikwekkend; sinister; steenkoud; ten hemel schreiend; verdraaid; verduiveld; verschrikkelijk; vreselijk; zeer ergerlijk
ungeweiht goddeloos; ongoddelijk; ongodsdienstig ongewijd
unglückselig atheïstisch; goddeloos; godloos catastrofaal; ellendig; fataal; fnuikend; funest; noodlottig; ongelukkig; rampspoedig; rampzalig; vol tegenslag
unheilvoll atheïstisch; goddeloos; godloos catastrofaal; ellendig; fataal; fnuikend; funest; heilloos; noodlottig; ongelukkig; rampspoedig; rampzalig; vol tegenslag
verderblich goddeloos; heilloos; verderfelijk; verdorven bederfelijk; gammel; krakkemikkig; wankel; zwak

Related Words for "goddeloos":


Wiktionary Translations for goddeloos:


Cross Translation:
FromToVia
goddeloos gottlos godless — not acknowledging any deity or god; without belief in any deity or god